Hoge gasprijzen dreigen duurzame tuinders terug te duwen naar WKK

Duurzame warmteprojecten van tuinbouwbedrijven dreigen in de knoop te komen door de hoge gasprijzen. Projecten zijn afhankelijk van SDE++-subsidie, die onder invloed staat van de gasprijs. Hoe duurder het gas, hoe lager de subsidie. Als gevolg overwegen zij terug te grijpen op gasgestookte WKK's voor hun warmtevoorziening.

Het probleem voor de glastuinbouw is een tweetrapsraket. In de eerste plaats is SDE-subsidie van warmteprojecten gebaseerd op de gemiddelde jaarvooruitprijs van gas. Dat wil zeggen: de gemiddelde prijs gedurende 2021 van gaslevering in 2022 bepaalt het correctiebedrag voor 2022.

Volgens een analyse van energieadviesbureau Blue Terra, in opdracht van brancheorganisatie Glastuinbouw Nederland, heeft de prijsstijging sinds vorige zomer geleid tot een halvering van de subsidie in 2022 ten opzichte van vorig jaar. In 2023 is het goed mogelijk dat er helemaal geen subsidie beschikbaar komt voor het merendeel van de projecten in de glastuinbouw. “Dat gebeurt al bij gasprijzen vanaf 40 cent per kuub, en de gasprijs voor 2023 staat nu op 50 cent per kuub.”

Geen subsidie zou funest zijn voor de duurzaamheidsambities van tuinders, zegt Alexander Formsma, beleidsspecialist energie & klimaat bij Glastuinbouw Nederland. “Geen enkele businesscase is gebouwd op nul subsidie. Tuinders wisten natuurlijk dat de SDE gekoppeld is aan de gasprijs. Maar niemand hield rekening met de huidige prijsniveaus. In de berekeningen gingen de extreme scenario's misschien uit van 35 cent per MWh, hooguit 40. Daar zitten we al maanden boven.”

WKK interessanter
Het tweede deel van het probleem is dat de referentiekostprijs in de SDE-subsidie is gebaseerd op een gasketel, niet op de gasgestookte WKK (warmte-krachtkoppeling) die de meeste tuinders achter de hand hebben. Dat is een belangrijk verschil, want met een WKK kunnen tuinders elektriciteit opwekken die ze kunnen terugleveren aan het net. Aangezien ook de elektriciteitsprijzen momenteel hoog zijn, levert dat een belangrijke compensatie op, waardoor de warmteprijs van een WKK lager is dan die van ketelgas, waarop de SDE gestoeld is.

Dat is een stimulans voor tuinders om duurzame warmteprojecten stil te leggen en de WKK weer aan te zetten. Dat overweegt ook Wouter Moerman van tomatenkwekerij Moerman in het Limburgse Maasbree. Hij stapte in 2019 voor zijn warmtevoorziening over van een WKK op een biomassacentrale. “Vooralsnog draaien we in de winter nog wel door. Het is moeilijk nu al keuzes te maken terwijl niet alle variabelen duidelijk zijn. Maar als de subsidies in april nog steeds zo laag zijn, en er komt geen compensatie vanuit de overheid, dan zetten we de biomassacentrale uit in de zomer en gaan we met de gasgestookte WKK verder”, zegt hij. “Dat hoor ik ook bij andere tuinders in mijn netwerk. Ook tuinders met geothermie-projecten.” 

Dat voelt niet goed, zegt Moerman. “Dat we een jaar duurder uit zijn, daar heb ik me allang bij neergelegd. Maar het kan toch niet de bedoeling zijn dat uitgerekend de duurzame projecten als eerste in de financiële problemen komen, laat staan failliet gaan.”

Groter risico
Dat zegt ook consultant Jeroen Larrivee, die namens Blue Terra de memo schreef over de relatie tussen de gasprijs en duurzame warmteprojecten. “Iedereen wordt geraakt door de hoge gasprijzen, ook tuinders met alleen een gasketel. Maar tuinders met duurzame projecten lopen een groter risico, omdat ze grote investeringen hebben gedaan die ze moeten terugverdienen. Dat hoort misschien ook wel een beetje bij pionieren, maar met dit scenario had niemand rekening gehouden.”

Larrivee wijst erop dat ook warmtenetten met duurzame bronnen last hebben van de gestegen gasprijs. In tegenstelling tot de tuinders kunnen zij hun prijs echter doorberekenen aan huishoudens. “Glastuinbouwbedrijven kunnen de hogere prijzen niet doorbelasten, omdat de kostprijs van concurrenten met een WKK niet is gestegen.” De hoeveelheid duurzame warmte die opgewekt wordt in de glastuinbouw staat gelijk aan ongeveer 300 miljoen kuub aardgas per jaar, rekent hij voor.

Minimumsubsidie
Glastuinbouw Nederland zou graag zien dat de referentiekostprijs in de SDE-subsidie voortaan gebaseerd wordt op de prijs van restwarmte van elektriciteitsproductie, oftewel een WKK. Daarnaast pleit de brancheorganisatie voor een minimum-subsidie. De SDE++ kent namelijk wel een maximumsubsidie, voor als de gasprijs richting nul gaat, maar geen minimumsubsidie als de gasprijs door het dak gaat.

Daar hoopt ook tuinder Moerman op. “Dat er geen minimumsubsidie is, komt af van zonne- en windprojecten die stroom aan het net leveren. Als de stroomprijs hoog is, verdienen zij meer en hebben ze geen subsidie nodig. Wij gebruiken de warmte zelf. Dure warmte levert niet meer op. Om de vaste kosten te dekken en competitief te blijven ten opzichte van WKK-tuinders, hebben we een bepaald minimum nodig.”

Moerman merkt op dat de animo voor duurzame projecten in de tuinbouwsector niet hoger wordt, nu voorlopers het moeilijk hebben. “Dat merk je ook bij banken. Die hebben al eens hun neus gestoten met biovergisters en willen niet nog eens hetzelfde meemaken met biomassa. Als voorlopers financieel slecht af zijn, zie ik geen nieuwe warmteprojecten van de grond komen. Terwijl juist in warmteprojecten grote duurzaamheidsslagen te maken zijn.”

Hij hoopt dat de politiek snel in beweging komt, voordat er projecten stilvallen of failliet gaan. De eerste stappen zijn wat dat betreft al gezet. CDA-Kamerleden Henri Bontenbal en Derk Boswijk stelden afgelopen week Kamervragen over de kwestie, en komende week staat het onderwerp op de agenda van de Tweede Kamer.

Bron: Energeia