Ondernemer uit Greenport Aalsmeer aan het woord over: het Groene Onderwijs Centrum

Iedere maand vertelt een ondernemer uit de Greenport Aalsmeer over een actueel onderwerp in relatie tot zijn (sierteelt)bedrijf. Wat vindt hij of zij er van en wat doet hij of zij er mee op het bedrijf.


In september is het Groene Onderwijs Centrum van start gegaan. Doel van dit centrum is om de verbinding tussen het de bedrijfsleven (de arbeidsmarkt) en het onderwijs te maken. Ook zet het centrum zich in om het imago van werken in de tuinbouw te verbeteren, zodat meer jongeren kiezen voor groen onderwijs. Greenport Aalsmeer is mede-initiatiefnemer van het Groene Onderwijs Centrum. Wat vinden Inholland student Ron van Leeuwen en ondernemer Patrick Hogenboom (Vireõ plant sales) van dit centrum?

Stel je zelf voor...

Patrick Hogenboom zit in het directieteam van potplantenkwekerijen Vireõ Plant Sales. Vireõ is de overkoepelende naam voor een aantal kwekerijen, die hun krachten hebben gebundeld op het gebied van inkoop- en verkoopactiviteiten, concepten en orderafhandeling. De kwekerijen beslaan gezamenlijk meer dan 30 hectare met onder andere hedera, potrozen en phalaenopsis. Er werken bijna 200 mensen op verschillende niveau's: van productiekrachten, tot aan bedrijfsleiders en verkopers.

Ron van Leeuwen (21) is 4e-jaars student HBO Greenport Business & Retail bij InHolland. Hij hoopt in de zomer van 2014 af te studeren en wil dan starten als zelfstandig ondernemer. In de tuinbouw. Zijn product? Snijhortensia's.

Hoe ben je betrokken bij het Groene Onderwijs Centrum?

Hogenboom
: Wij vinden het als bedrijf belangrijk om betrokken te zijn bij het onderwijs van onze toekomstige medewerkers. We moeten met elkaar ons best den om goed opgeleide mensen binnen te halen.
Van Leeuwen: Ik hoorde voor het eerst van dit centrum tijdens het diner-pensant op 29 oktober, waar onderwijs en bedrijfsleven met elkaar in gesprek gingen over onder andere samenwerking. Ik ben daar heen gegaan om te netwerken en kennis op te doen. Voor mij heel zinvol, want ik ben in gesprek geraakt met een aantal groene ondernemers, die ik anders niet snel had gesproken.

Waarom is het belangrijk?

Hogenboom: Er moet bij de studenten interesse opgewekt worden om in de tuinbouw te gaan werken. Aantrekkelijk onderwijs dat goed aansluit bij de praktijk is daarbij essentieel. Daar schort het nu nog wel eens aan. Maar ook de voorlichting vanuit de opleidingen moet anders, deze is nu met name niveau gedreven. Maar naast goede mbo-ers hebben we ook hbo-ers nodig in onze sector. We moeten ook andere invalshoeken gaan bekijken. Er is nu veel jeugdwerkeloosheid, daar is een slag in te maken. Denk bijvoorbeeld aan omscholing voor deze groep jongeren zodat ze aan de slag kunnen in de tuinbouw.
Van Leeuwen: Onderwijs en bedrijfsleven moeten dichter bij elkaar komen. Ze hebben elkaar nodig, nu en in de toekomst. Het bedrijfsleven kan via het Groene Onderwijs Centrum op laagdrempelige manier het onderwijs betrekken. De grote bedrijven weten de weg naar het onderwijs wel te vinden, daardoor zijn het vaak dezelfde bedrijven met wie studenten aan de slag gaan. Maar ook de kleinere bedrijven moeten de weg naar het onderwijscentrum gaan vinden: dit kan heel eenvoudig via het onderwijscentrum.

Wat kun je er zelf mee?

Hogenboom: Wij doen als bedrijf eigenlijk nog te weinig met stagiaires, daar moeten we onszelf nog echt in trainen. Het zou mooi zijn als het Groene Onderwijs Centrum daarbij kan ondersteunen. Op elk niveau is ook bijscholing mogelijk. Er zijn bijvoorbeeld veel nieuwe teelttechnieken. Door de uitwisseling van informatie tussen onderwijs en bedrijfsleven, kun je hier bijvoorbeeld een betere invulling aangeven door stagiaires in de praktijk aan de slag te laten gaan met deze nieuwe technieken. Zo leren we allemaal!
Van Leeuwen: Ik denk niet dat het de bedoeling is dat je als student zelf naar het onderwijscentrum gaat voor een opdracht. Het gaat er volgens mij om dat het centrum opdrachten vanuit het bedrijfsleven verzamelt, deze bundelt (indien mogelijk) en er vervolgens studenten aan koppelt.

Wat kunnen anderen ermee?

Hogenboom
: De ontwikkelingen in de tuinbouw gaan snel. Met name op het gebied van energie, wat de grootste kostenpost voor een tuinder. Er zijn veel nieuwe technieken waarmee je om moet kunnen gaan. Daarin kan het onderwijs een rol spelen. Leerlingen moeten bij de ontwikkeling van deze techniek betrokken worden, zodat ze het in de praktijk kunnen toepassen. Het handen en voeten kunnen geven op de bedrijven zelf. Deze vorm van onderwijs wordt in onze regio nog onvoldoende toegepast.

Van Leeuwen: Bedrijven kunnen via het onderwijscentrum op een hele gemakkelijke manier in contact komen met het onderwijs, de studenten. Bedrijven moeten weten dat zij concrete opdrachten kunnen neerleggen bij het onderwijscentrum. En voor studenten is het ook echt veel leuker om met een echte casus aan de slag te gaan, en direct contact te hebben met de opdrachtgever. Dat motiveert echt veel meer dan een casus op papier die al jaren oud is.

Wat is je wens voor de toekomst?

Hogenboom: De onbekendheid van de sector is een struikelblok. We moeten als sector een goede weg vinden om onze sector te promoten. Eigenlijk moeten kinderen van jongs af aan in elk onderdeel van het onderwijs iets leren over de tuinbouw. Onze sector staat nu veel te ver af van de studenten. Ze zien het niet als een mogelijke werkgever voor in de toekomst. Dit moet veranderen.
Van Leeuwen: Ik ga bijna afstuderen en wil daarna starten als ondernemer. Dat is mijn droom. Daar wil ik succesvol in zijn en plezier uithalen. Als ik eenmaal gestart ben, wil ik zeker studenten de mogelijkheid bieden om een kijkje te nemen in mijn bedrijf. Of om stage te lopen. Ik vind dat we als hele sector ons steentje moeten bijdragen aan het imago van de tuinbouw. Je hoort wel eens ondernemers zeggen dat het meer energie kost dan het oplevert, maar als we allemaal zo denken, schiet het niet op.

 

Voor meer informatie:
Programmamanager Greenport Aalsmeer
Sander van Voorn,
svanvoorn@greenportaalsmeer.nl - 06 4614 5208